OM eist levenslang om oorlogsmisdaden Ethiopië

Reconstructie in zaak dode baby Fabian Brunssum
november 8, 2017
UPDATE Eén van meineedverdachten in moordzaak-Sven Prins vrij
november 9, 2017

Van onze verslaggever

MAASTRICHT Het Openbaar Ministerie (OM) heeft een levenslange gevangenisstraf  geëist tegen een 63-jarige Eshetu A. vanwege een reeks oorlogsmisdaden, waaronder opsluiting, marteling en moord op tegenstanders van het revolutionaire regime in Ethiopië in de jaren zeventig.

Als lid van de Derg behoorde de 63-jarige verdachte destijds tot de regering van het land. Hij was in de provincie Gojjam de permanente vertegenwoordiger van het militaire bewind en daarmee het centrum van de macht. Hij kwam begin jaren negentig naar Nederland en verkreeg in 1998 ook de Nederlandse nationaliteit. Hij zit inmiddels ruim twee jaar in voorlopige hechtenis.

Naar het oordeel van het OM was de Derg-vertegenwoordiger in Gojjam verantwoordelijk voor een gruwelijke campagne tegen de oppositie. Hij bepaalde leven of dood, vrijheid of gevangenschap voor de gevangenen, die onder mensonterende omstandigheden werden vastgehouden. De aard en omvang van het geweld is nauwelijks te bevatten.

De officieren van justitie van het landelijk parket hielden de rechtbank voor dat sprake was van te veel mensen in te kleine ruimtes, permanente angst, dreigement van mishandeling, het moeten aanzien van mishandeling van anderen, geen of nauwelijks daglicht, onvoldoende sanitaire voorzieningen, ontoereikend water en eten en ontoereikende medische verzorging. Van enige fatsoenlijke rechtsgang was geen sprake.

De campagne was bedoeld om alle weerstand tegen de Derg uit te roeien. De door kolonel Mengistu afgekondigde ‘rode terreur’ leidde tot duizenden burgerslachtoffers. Ongewapende burgers werden als vijandige strijders gezien en waren doelwit van grootschalige moordcampagnes, vrouwen en kinderen niet uitgezonderd.

De tenlastelegging in de megazaak telt meer dan 100 pagina’s met daarop onder meer de namen van 75 jonge mensen die op een avond in augustus in 1978 zijn vermoord. Veel van de slachtoffers van de Derg-campagne waren scholieren en studenten in de bloei van hun leven. Daarnaast wordt de man verantwoordelijk gehouden voor vrijheidsberoving en de onmenselijke behandeling van honderden mensen. Een aantal van hen werden daarnaast ook nog gemarteld.

De zaak is een aaneenrijging van verschrikkingen die doelbewust zijn toegebracht.  De verdachte besliste over leven en dood van mensen. “Mensen die dit soort misdrijven op hun geweten hebben mogen nooit een veilige haven vinden. Nergens ter wereld, ook niet in Nederland. Ook niet als het veertig jaar later is”, aldus de officieren van justitie.

“Het leek hem allemaal vrij gemakkelijk af te gaan. Als hij er achter komt dat vijf gevangenen vastzitten in een andere gevangenis, belt hij nog even snel naar de juiste persoon om ervoor te zorgen dat ook deze personen diezelfde avond kunnen worden gedood.”

Nabestaanden werden niet op de hoogte gebracht van het overlijden van hun dierbaren. Familie en vrienden bleven soms jarenlang in het ongewisse over hun lot. Het was bovendien niet toegestaan te rouwen over de dood van tegenstanders van het regime. Uit verklaringen van getuigen is gebleken dat mensen levend zijn begraven en dat de verdachte hiervan op de hoogte zou zijn geweest.

De uitspraak van de rechtbank wordt verwacht tegen het einde van het jaar.

Foto: de slachtoffers van de genocide (OM)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *