Dubbele moord Venray: cassatieberoep Geert G. ingediend

Eis: 6 maanden cel voor bedreigen agenten in Landgraaf
augustus 9, 2017
UPDATE Ook derde tiener vrij in zaak vechtpartij Valkenburg
augustus 9, 2017

door Bjorn Thimister

VENRAY De in hoger beroep tot twintig jaar cel veroordeelde Geert G. uit Baarlo, die samen met de inmiddels overleden Lau Geeraets verantwoordelijk wordt gehouden voor de dood van de Venrayse Marokkanen Karim Fourkour en Fouad Bendella (foto) in 2006, heeft het cassatieberoep onlangs via zijn advocaten ingediend bij de Hoge Raad. Dat blijkt uit de officiële stukken, ingezien door Crimewatcher.

Fourkour en Bendella werden neergeschoten nadat ze midden in de nacht waren betrapt bij het rippen van een hennepkwekerij in een loods in Venray. Geeraets werd door de rechters gezien als de schutter. Hij kreeg eerder levenslang opgelegd door de rechtbank. Geeraets pleegde vlak na dat vonnis zelfmoord in zijn cel. Geert G. kreeg een gevangenisstraf van dertig jaar en besloot daar tegen in appel te gaan. Het gerechtshof legde hem uiteindelijk twintig jaar cel op vanwege dubbele doodslag.

Esther Vroegh, advocate van Geert G., schakelde haar collega Jan Boksem in voor het instellen van het cassatieberoep bij de Hoge Raad. Boksem beschrijft in de stukken aan de Hoge Raad een aantal zogeheten middelen. Hieronder leest u een klein deel hiervan.

‘Opzet van Geert G. op de dood van de slachtoffers’

‘Geert G. ontkent dat hij opzet had op de dood van de slachtoffers. In de kern is zijn verweer dat hij dacht dat de door Geeraets meegebrachte vuurwapens bedoeld waren ter zelfbescherming, dat hij ervan uitging dat de henneprippers slechts flinke klappen zouden krijgen en dat hij totaal verrast werd door het feit dat Geeraets in de voorruimte meteen op de jongens schoot’, valt in de stukken van het ingestelde cassatieberoep te lezen.

‘Medeplegen van Geert G. met Geeraets’

‘De bewijsmiddelen houden voldoende in voor het oordeel dat het opzet van de verdachte Geeraets gericht was op het doodschieten van de beide slachtoffers, maar niet (zonder meer) ook voor het oordeel dat het opzet van verzoeker – al dan niet in de voorwaardelijke vorm – daarop was gericht. Verzoeker deed wat Geeraets van hem verlangde, maar heeft zich geen moment gerealiseerd dat Geeraets de beide ‘rippers’ zou (kunnen) gaan doodschieten.’

‘Er was geen sprake van een kans die naar algemene ervaringsregels als een aanmerkelijke kans kon worden beschouwd. En er was ook beslist geen sprake van het welbewust aanvaarden van een dergelijke kans door verzoeker. Het andersluidende oordeel van het hof vindt onvoldoende steun in de tot het bewijs gebezigde bewijsmiddelen.’

‘Het verbergen van de lijken’

‘Het oordeel van het hof dat het recht tot strafvordering niet is verjaard en het openbaar ministerie daarom ontvankelijk is in de vervolging ter zake van feit 3 (voor zover is ten laste gelegd het verbergen van de lijken), is (…) onjuist.’

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *