Hoofdverdachte Jan van Vlijmen hoorde vorige week 7 jaar cel tegen hem eisen door het Openbaar Ministerie. Het OM verdenkt hem ervan het hoofd te zijn van een criminele organisatie die zich jarenlang schuldig heeft gemaakt aan verduistering, omkoping en witwassen. Het daadwerkelijk veroordeeld krijgen van Van Vlijmen en consorten zal nog een hele uitdaging worden.
Hoe zat het ook alweer? In hun ruim 400 pagina’s tellende boek ‘De vastgoedfraude’ beschrijven journalisten Van der Boon en Van der Marel een verontrustend beeld van de vastgoedwereld. Hoofdrolspelers in deze omvangrijke oplichterspraktijk zijn Jan van Vlijmen en zijn oom Nico Vijsma. Als directeur van Bouwfonds Vastgoedontwikkeling weet van Vlijmen miljoenen te verdienen met bouwdeals. Van Vlijmen en Vijsma bedenken een constructie waarbij ze een onderontwikkelaar veel te veel geld betalen (uiteraard namens Bouwfonds) voor diens diensten. Dit geld wordt vervolgens weer teruggesluist naar Van Vlijmen en Vijsma door valse facturen die derden bij de onderontwikkelaar indienen. Voor alle tussenpersonen geld een vast percentage van de doorgesluiste winst.
De tweede grote slag slaan Van Vlijmen en Vijsma bij Philips Pensioenfonds. De toenmalige directeur Will Frencken verkoopt vastgoed voor veel te weinig geld aan Bouwfonds en wordt daar, via allerlei constructies en tussenpersonen, rijkelijk voor beloond. De overwinst gaat naar Van Vlijmen. Die is inmiddels al weg bij Bouwfonds, maar krijgt, wederom via allerlei tussenpersonen en niet verrichte diensten, toch de opbrengsten. Vooral de Zuidas in Amsterdam wordt door van Vlijmen gezien als een onuitputtelijke snoeppot.
Door gebrek aan toezicht en deugelijke controlesystemen bij Bouwfonds en Philips Pensioenfonds kunnen Van Vlijmen en Vijsma jarenlang hun gang gaan. Van Vlijmen is daarbij de calculerende vastgoedman. Het lijkt alsof hij niet zonder Vijsma kan. Deze doet dienst als een charismatische, soms intimiderende, coach en speelt een grote rol in het beïnvloeden van de personen die door het duo omgekocht worden.
De grote vraag is nu hoe dit grootste vastgoedproces voor het OM gaat uitpakken. Door de FIOD-ECD is zoveel bewijsmateriaal verzameld dat de rechtbank straks mogelijk door de bomen het bos niet meer ziet. In het verleden heeft het OM zich geen ster getoond in het managen van zulke omvangrijke zaken (denk aan het teleurstellende resultaat van de bouwfraude). Vooral het bewijzen van een ‘criminele organisatie’ kan lastig blijken, omdat hiervoor een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband moet worden aangetoond.
De hoofdverdachte werd door de politie de Sfinx genoemd tijdens zijn voorarrest, omdat hij 6 maanden lang weigerde te praten tijdens verhoren. Hoe hij zich gaat verdedigen is tot dusver dus nog onbekend bij justitie, ook al heeft hij wel toegegeven dat hij mensen heeft omgekocht. Waarschijnlijk is dat hij gaat stellen dat hij handelde zoals normaal is in de vastgoedwereld. Gezien de vele betrokkenen in deze zaak; een architect, makelaars, projectontwikklaars, onderontwikkelaars, accountants, (onder)directeuren, is dat niet geheel onaannemelijk.
Normaal of niet, uit de reconstructie van Van der Boon en Van der Marel blijkt in elk geval dat Van Vlijmen en Vijsma met behulp van een klein leger (goedbetaalde) helpers veel geld afhandig hebben gemaakt van Bouwfonds en Philips Pensioenfonds. Opvallend is ook dat directeuren van deze vastgoed-afdelingen blijkbaar naar eigen inzicht konden sjoemelen met miljoenendeals zonder dat dit intern werd opgemerkt. Klokkenluiders uit de eigen gelederen werden genegeerd of ontslagen.
Of het proces tegen Van Vlijmen & co. zal leiden tot veroordelingen is de ene vraag. Of het vastgoedfraudeproces het zelfreinigende vermogen van de hele sector vergroot is een hele andere vraag. De journalisten van het Financieel Dagblad houden het in elk geval nauwlettend in de gaten.