Tijdens de rellen in Engeland zijn duizenden jongeren opgepakt en voor de rechter gebracht. Hoewel een groot deel van die jeugdige veroordeelden snel weer op vrije voeten was, zullen de rellen zeker zorgen voor een drukke bezetting in zogenaamde justitiële jeugdinrichtingen, oftewel jeugdgevangenissen. Het opsluiten van jeugdige criminelen is een op het oog snelle oplossing: de crimineel is van de straat af en moet daadwerkelijk boete doen voor zijn misdrijf. Er zitten helaas ook risico’s aan het bij elkaar zetten van een groep jeugdcriminelen.

Zo kan gevangenisstraf statusverhogend werken binnen een criminele jeugdgroep en de veroordeelden kunnen tijdens hun detentie ervaringen uitwisselen over hun criminele activiteiten. De jeugdgevangenis als leerschool voor beginnende criminelen. Daarnaast is de (jeugd)gevangenis ook een uitstekende plek om nieuwe relaties op te doen die nuttig zijn in het criminele milieu. Dino Soerel heeft zo goede contacten gelegd met ‘grote jongens’ Willem Holleeder en Cor van Hout in de Amsterdamse gevangenis in de jaren ’90. Tja en dat is natuurlijk ook niet de bedoeling. Uiteindelijk komen de meeste van deze jongeren weer vrij en de bedoeling is dan toch dat ze er beter uitkomen in plaats van slechter.

Om een antwoord op deze vraag te vinden heeft Peer van der Helm promotieonderzoek gedaan naar het leefklimaat in Forensisch centrum Teylingereind. Uit zijn onderzoek blijkt dat er zeker mogelijkheden zijn om deze jongeren te resocialiseren. Het belangrijkste hierbij is dat de pedagogische medewerkers zorgen voor een open leefklimaat in de groep en een goede vertrouwensband opbouwen met de gedetineerden. Uit zijn onderzoek blijkt echter ook hoe weerbarstig de praktijk is; vaak hebben de hulpverleners er zelf weinig vertrouwen in dat ze nog een positieve invloed kunnen hebben. Ze hebben te maken met agressie, steeds terugkerende jongeren en weinig zichtbare resultaten. En als de hulpverleners het al niet meer zien zitten, lijkt de oplossing voor de jongeren ver te zoeken.

Van der Helm ziet het antwoord op deze negatieve spiraal in het beter opleiden van de pedagogisch medewerkers en groepsleiders, zodat deze de jonge gedetineerden weer terug kunnen begeleiden naar de maatschappij.

Het is misschien geen populair, maar in elk geval wel een verfrissend geluid waarmee Van der Helm een bijdrage levert aan de huidige discussie over de aanpak van jeugdige criminelen. Van kweekvijver voor jong crimineel talent moeten de jeugdinrichtingen zich focussen op het aantrekken van pedagogisch talent. Of dit in het huidige bezuinigingstijdperk een reële claim is, is uiteraard weer een hele andere vraag.

De samenvatting van het proefschrift van Peer van der Helm; ‘First do no Harm. Living Group climate in secure juvenile correctional institutions’ staat hier.